Fysieke persoonlijke ruimte en mentale muren

19/10/2017 

Emma van den Berg

Inleiding

Enige tijd geleden stuitte ik op het begrip ‘omgevingspsychologie’. Het trok mijn aandacht omdat het bleek te gaan over een onderwerp dat mij de laatste jaren in mijn meeste werken bezighield. Al langere tijd ben ik geïnteresseerd in de relatie tussen ‘de mens’ en zijn ‘omgeving’ en hoe die zich uit. Eigenlijk van jongs af aan al. Ik vermoed dat hoe ouder je wordt, hoe meer je je bewust raakt van je omgeving en hoe die jou beïnvloedt. Zo zal het feit dat ik als enig kind alleen met mijn moeder ben opgegroeid mij in alle opzichten gevormd hebben. Wellicht ben ik opgegroeid met het idee en gevoel dat ik veel fysieke ‘ruimte’ tot mijn beschikking had, aangezien ik vrij weinig met anderen hoefde te delen.

Een ander gegeven dat mij ook sterk heeft beïnvloed in mijn opgroeien, en waarvan ik ben gaan inzien dat het voor een groot deel de bron is van mijn ‘fascinatie’ voor het begrip persoonlijke ruimte, is de nog verse herinnering aan mijn vader die schuin onder mij woonde. Mijn vader was mijn buurman. Nu klinkt dat misschien als het begin van een spannend verhaal met soapachtige taferelen, maar zo was het niet. Mijn vader heeft in de tijd dat mijn moeder heel graag een kindje wilde maar geen partner meer had zijn sperma gedoneerd, waardoor ik ter wereld ben gekomen. Iets waar mijn moeder natuurlijk eeuwig dankbaar voor was en is (en ik zelf ook wel, ironisch genoeg).

Toch is het door de jaren heen ingewikkeld geworden en moet er iets zijn misgegaan in de communicatie, waardoor ik vanaf mijn achtste heb geweten dat hij mijn vader was maar ik dit tot mijn 21ste heb verzwegen. In het trappenhuis ben ik vaak als ‘buurmeisje’ mijn halfbroers en -zus tegen het lijf gelopen, zonder dat zij wisten wie ik werkelijk was. Het is een herinnering die ik lange tijd (tot een paar jaar geleden) niet als iets opmerkelijks ervoer omdat het normaal voor me was geworden.

Om terug te komen op het onderwerp van mijn scriptie ‘persoonlijke ruimte’ en de relatie tussen de mens en zijn omgeving, durf ik te zeggen dat dit gegeven uit mijn jeugd me altijd heeft bezig gehouden omdat het me heeft gevormd tot wie ik ben. Dit omdat het een ervaring was die letterlijk en figuurlijk dicht bij huis lag. Het heeft mijn perceptie op ruimte/omgeving en mijn plek daarin zowel mentaal als fysiek sterk beïnvloed. Dingen hebben een plek nodig voor de mens om ermee om te kunnen gaan, zowel fysiek als mentaal.

Daaruit voortgekomen, is mijn onderwerp in dit onderzoek; de relatie tussen de ‘fysieke persoonlijke ruimte’ en het idee van ‘mentale muren’. Ik wil onderzoeken wat de essentiële kenmerken van ‘persoonlijke ruimte’ zijn, hoe dit begrip beïnvloed wordt door ervaring en perceptie, en hoe het zich zowel mentaal als fysiek uit.

Aan de hand van o.a. een documentaire, film en boek zal ik dit onderwerp en de daarbij komende vragen toelichten.

Met name het boek ‘The Hidden Dimension’ uit 1966 van Edward T. Hall loopt als een rode draad door mijn onderzoek. Ik zal proberen zijn boek toe te lichten in hoofdstuk 1 aangezien hij als een van de weinigen hier heldere theorieën over heeft ontwikkeld. Verder licht ik het onderwerp op meerdere niveaus toe en probeer ik vragen te stellen vanuit verschillende perspectieven om zo meer grip op het onderwerp te krijgen. Naar aanleiding van ‘De regels van Matthijs’, een documentaire van Marc Schmidt uit 2012 over een autistische man, wil ik het belang van perceptie en de individuele persoonlijke ruimte benadrukken en een link leggen tussen het mentale en fysieke aspect van persoonlijke ruimte. De TV-documentaireserie ‘De Muur’ (2014) is daarentegen een meer uitgezoomd voorbeeld op sociaal en maatschappelijk niveau. De speelfilm ‘The Exterminating Angel’(1962) van Luis Buñuel kan op beide manieren bekeken worden.

Inhoudsopgave

  1. The Hidden Dimension
  2. De regels van Matthijs
  3. De Muur
  4. The Exterminating Angel
  5. Conclusie
  6. Bronnen

 

The Hidden Dimension

“No matter what happens in the world of human beings, it happens in a spatial setting, and the design of that setting has a deep and persisting influence on the people in that setting”.

“Most important of all, space is one of the basic, underlying

organizational systems for all living things—particularly

for people. Why these statements are true is the subject of

this book.”

Na mijn kleine eurekamoment begin dit jaar toen ik het begrip ‘omgevingspsychologie’ tegenkwam, kreeg ik al vrij snel het boek ‘The Hidden Dimension’ van Edward T. Hall door mijn docente Isabel Cordeiro getipt. Samen met wat andere boeken begon ik me te verdiepen in het thema persoonlijke ruimte en welke rol dit doorgaans in de maatschappij speelt. Veel boeken bleken mij niet te kunnen geven wat ik zocht (ook al wist ik zelf natuurlijk nog niet precies wat dat was) tot ik erachter kwam dat het boek van Hall me als enige kon bevestigen in een hoop ideeën waar ik al langer mee rondliep en me er zelfs nog meer over kon leren. Veel latere schrijvers en onderzoekers die zich in hetzelfde onderwerp verdiepten, grijpen terug op de theorieën van Hall.

Om uit te leggen wat ik bedoel met ‘een hoop ideeën’ moet ik terug in de tijd. Zo lang als ik me kan herinneren ben ik iemand geweest die sterk gehecht is aan persoonlijke spullen. Ik heb het vaak moeilijk gevonden om spullen uit te lenen om ze vervolgens niet terug te krijgen. Soms denk ik dat de spullen die ik bezit haast een deel van me zijn. Tot kort geleden vroeg ik me af wat de essentie van mijn ‘probleem’ in dit opzicht is, tot ik ‘The Hidden Dimension’ las en meneer Hall (die als een van de weinigen zo uitgebreid over dit onderwerp geschreven heeft) precies datgene aankaartte waar ik lange tijd de juiste woorden voor heb gezocht. Ik zal het hele boek hier geen eer aan kunnen doen, maar toch klinkt er in alle hoofdstukken van ‘The Hidden Dimension’ een essentie door waar ik in mijn scriptie over zal uitweiden. De twee citaten waar ik dit hoofdstuk mee begin laten al zien waar Hall op doelt. De wereld zoals een mens die in het dagelijks leven ervaart is onlosmakelijk verbonden met percepties die gevormd worden door zijn zintuigen, culturele achtergrond en ervaring.

De mens, zijn percepties en ruimtes (in de breedste zin van het woord) zijn een samenhangend geheel. Met name het bewustzijn hiervan wordt benadrukt door Hall (188): hij legt uit hoe onze perceptie van de wereld wordt gevormd door onderling verschillende culturen die op hun beurt weer zijn gevormd door evolutie, taal en andere ontwikkelingen. Eigenlijk slaat de titel ook op een onzichtbare culturele dimensie. Vooral wanneer het aankomt op communicatie met een ander.

Het begrip persoonlijke ruimte zou nooit ‘persoonlijk’ genoemd kunnen worden als het niet in relatie tot een andere persoon of groep zou staan. Juist de term ‘persoonlijk’ wil zeggen dat het een ruimte is enkel voor die persoon en die niet zomaar door een ander betreden kan worden. Een herkenbaar moment is het gevoel dat iemand te dichtbij staat. Soms omdat iemand stinkt naar zweet bijvoorbeeld of ongewenst jou lichamelijk wegdrukt in een drukke ruimte. Dit fenomeen beslaat ook een groot deel van Halls (41-51) boek. Ik heb me altijd afgevraagd waarom het zo’n probleem kan zijn dat iemand zich in jouw ‘persoonlijk ruimte’ bevindt. In een van de eerste hoofdstukken in ‘The Hidden Dimension’ (7-14) wordt uitgelegd dat dit bij de mens vanuit primitief dierlijke instincten voortkomt en waarbij ook zijn culturele achtergrond een belangrijke rol speelt. In het dierenrijk bestaat er altijd een kritische/vlucht afstand die slaat op de afstand die een dier minimaal moet hebben tussen zichzelf en de ander om zich veilig te voelen. Aangezien de mens een rationeel denkend wezen is geworden, is deze afstand niet meer bij de mens te herkennen maar reageren wij meer op de minimale afstand die we nodig hebben, persoonlijk en sociaal gezien.

Een kenmerk van het begrip ‘persoonlijke ruimte’ of ‘territorium’ is dat er een (on)zichtbare grens of afbakening is om dat persoonlijke gebied te beschermen. Hoe dichtbij iemand mag komen, heeft alles te maken met welke relatie we hebben met de ander. Of het een voorbijganger, kennis, collega, vriend, relatie of familielid is, maakt uit voor de afstand die we de ander toestaan. In die zin creëren we flexibele grenzen die we op verschillende momenten en manieren gebruiken.

De regels van Matthijs

“Ik heb mijn hele woning uitgedacht, en elke keer komen mensen daar dwars doorheen”

“Ik heb geprobeerd mijn wereld volmaakt te maken, en bijna was ik er”

“Waarom ben ik in mijn hoofd gaan wonen”

In de documentaire ‘De regels van Matthijs’ volgt Marc Schmidt zijn oude schoolvriend Matthijs, die aan autisme lijdt. Hij volgt zijn dagelijks leven, dat zich vrijwel uitsluitend afspeelt in zijn eigen huis. De titel van de documentaire wordt duidelijk, als de film laat zien hoe Matthijs zijn wereld heeft ingedeeld volgens zijn eigen regels. Ook slaat de titel op zijn dagboek, waarin hij elke dag een paar nieuwe ‘regels’ noteert. Schmidt vertelt in een later interview dat hij met deze documentaire in het hoofd van Matthijs wilde kruipen om hem zo beter te kunnen begrijpen en de buitenwereld hem beter te doen begrijpen.

Wat opvalt is hoe Matthijs zijn wereld heel klein heeft gemaakt door het grootste gedeelte van zijn tijd thuis te zijn, waardoor zijn leven zich vrijwel uitsluitend in zijn appartement afspeelt.

“Pagina 8183, BFE, 16:16. Ik heb een klein universum, dat is mijn huis. Er zit nog heel veel omheen maar daar kom ik niet vaak. Mijn woning is het heelal en de rest van het heelal is een kleine paragraaf van dat heelal.”

“17:50.

Niet-autisten hebben een hersenfunctie ergens die zorgt voor overzicht en intuïtie en zo. Autisten moeten dat allemaal zelf doen. Ze moeten alles uitdenken. Wat je ziet gebeuren is dat ze zich beperken tot een heel kleine schaal en denken dat helemaal uit. Dat heb ik ook gedaan met deze woning. Heb nog tekeningen ingeleverd bij de woningbouwvereniging. En wat doen ze dan? Ze denderen er doorheen. Ik moet steeds alles herzien. Ik moet steeds alles helemaal opnieuw gaan uitdenken. Ja dag!”

Wat mij persoonlijk zo interesseerde bij het zien van deze documentaire, is hoe je als kijker wordt meegezogen in Matthijs zijn huis en zijn wereld. Meerdere keren hoor je Matthijs uitleggen wat zijn woning voor hem betekent. Hoe al zijn spullen (om een voor hem logische reden) een plek in zijn huis hebben gekregen om hem overzicht te geven, ook al durf ik te beweren dat de beelden van zijn huis zeer chaotisch ogen voor de gemiddelde kijker. Zijn woning is zijn wereld en lijkt zijn enige houvast te zijn, aangezien het zijn territorium is waarin hij de dingen begrijpelijk en overzichtelijk kan maken. De wereld is verwarrend en onbegrijpelijk voor autisten als Matthijs. Zijn woning is zijn universum, zijn realiteit en zijn bestaan. Een bestaan waarin hij het voor het zeggen heeft, dat hem zo min mogelijk confronteert met de realiteit van de buitenwereld. De beelden laten confronterende momenten zien waarop de medewerkers van de woningbouwvereniging zich dreigen te gaan bemoeien met zijn huis, waarop Matthijs fel reageert en ze wegstuurt. Als een dier dat voor zijn territorium moet vechten reageert hij (primitief) door te schreeuwen en de medewerkers op deze wijze af te schrikken.

De reacties van Matthijs laten zien hoe hij deze mensen als een bedreiging ziet. “Ze denderen er doorheen. Ik moet steeds alles herzien. Ik moet steeds alles helemaal opnieuw gaan uitdenken.” Eigenlijk legt hij uit dat ze verwarring scheppen in hetgeen hij voor zichzelf heeft gecreëerd en waarin hij al zijn energie stopt om zijn leven hanteerbaar te maken.

Deze documentaire laat zien hoe ‘persoonlijke ruimte’ of ‘territorium’ een link kan hebben met de menselijke psyche. Hoe in dit geval iemand met autisme uitlegt wat zijn fysieke ruimtelijke eigendom (huis) betekent voor zijn geestelijke gesteldheid en hoe die daar een uiting van is.

Als we Matthijs analyseren volgens de theorieën van Edward T. Hall, dan bepaalt/definieert Matthijs de persoon die hij is, of beter gezegd die hij wil zijn, via het creëren van zijn eigen wereld. Iemand die de controle heeft.

“Man’s feeling about being properly oriented in space runs

deep. Such knowledge is ultimately linked to survival and

sanity.”

Deze quote laat zien hoe Hall het belang van het gevoel van oriëntatie benadrukt. Dat dat gevoel van overzicht en oriëntatie heel ver terug gaat en diep in ons zit. Het is een van de basiskwaliteiten van de mens die nodig is voor overleving en (mentaal) welzijn. Een kenmerk van Matthijs is dat hij van nature geen overzicht heeft, zoals hij zelf vertelt. Hij is een duidelijk voorbeeld van iemand met een beperkte mogelijkheid tot oriëntatie en laat zien wat voor essentiële  problemen dat met zich mee brengt.

Om iemand als Matthijs, die voor de meeste mensen afwijkend gedrag vertoont, en zijn perceptie beter te kunnen begrijpen moet men zich verdiepen in zijn belevingswereld. De mens zijn perceptie/belevingswereld is namelijk een essentieel onderdeel van de relatie tussen zichzelf en zijn omgeving.

Men kan feitelijk niet weten hoe een ander iets beleeft, simpelweg omdat wij die ander niet zijn en daarmee ook diens gedachten en belevingswereld niet kunnen betreden.

Iemand kan alleen proberen zijn belevingen te ‘communiceren’ om hiermee te laten zien hoe hij of zij zich voelt en hoe hij of zij bepaalde dingen ervaart waarna deze informatie bij een ander weer verwerkt kan worden om er op te reageren. Juist dat communicatieve gedeelte is in het leven van iemand met autisme een frictiepunt. Simpelweg omdat zijn communicatiemogelijkheden beperkt zijn zowel in het overdragen als verwerken van informatie van zijn omgeving. Marc Schmidt heeft met zijn documentaire geprobeerd de belevingswereld van Matthijs zo nauwkeurig mogelijk te laten zien door hem letterlijk van heel dichtbij te volgen. En toch kunnen we slechts een fractie zien van hoe Matthijs zijn wereld beleeft.

In ‘The Hidden Dimension’ beschrijft Hall hoe verspreid over onze wereld verschillende diersoorten in hun eigen territoria leven, en hoe die onderling ook weer van elkaar verschillen – los van het feit of ze tot dezelfde diersoort of tot dezelfde groep binnen die soort behoren.

Zo is het vanzelfsprekend ook bij mensen. De wereld bestaat uit een grote verscheidenheid aan mensen met individuele en (sub-)culturele verschillen.

Een andere documentaire die ik in dit verband een mooi voorbeeld vind, is de tv-serie ‘De Muur’. Zoals Matthijs laat zien hoe een individuele persoonlijke ruimte zich uit, laat ‘De Muur’ zien hoe persoonlijke ruimte zich sociaal en maatschappelijk op grotere schaal uit. ‘De regels van Matthijs’ liet zien dat het beschermen van persoonlijke ruimte van essentieel belang kan zijn voor een individu. ‘De Muur’ is een voorbeeld om vanuit een ander perspectief te kijken en andere vragen te stellen. Wat zijn de aspecten van het beschermen/ afschermen van zo’n persoonlijke ruimte en hoe kan die zich zowel fysiek als mentaal uiten? En in hoeverre kan het begrenzen van onze ruimtes ons beperken in ons welzijn?

De Muur

“Muren die eenmaal staan worden zelden afgebroken”

“Muren vergroten de angst voor de ander”

“Ze veranderen niet alleen de andere kant, maar ook onszelf”

“Mensen zijn zich gaan identificeren met de muren en het bijhorende conflict, bijna alsof ze niet meer zonder kunnen”

In de Nederlandse documentaireserie ‘De Muur’ gaat presentator en bedenker Menno Bentveld de wereld over op onderzoek naar muren die gebouwd zijn en waarom deze muren blijven bestaan. Een van de aanleidingen voor het maken van het programma was de herdenking van de val van de Berlijnse Muur in 1989, die toen deed geloven dat de tijd van ‘muren’ voorbij zou zijn. De huidige realiteit laat echter zien dat er zelfs meer muren bij zijn gekomen.

Interessant is hoe de serie niet alleen de hoeveelheid muren wereldwijd laat zien (die tussen Noord- en Zuid-Korea, Guantanamo Bay en Fort Europa o.a.), maar ook de verschillende soort muren toont.

Een opvallende aflevering gaat over de scheiding tussen de stad Detroit en de aangrenzende buitenwijk Grosse Pointe Park. Deze scheiding laat geen vaststaande muur of hek zien, maar bestaat uit opmerkelijke obstakels (o.a. extreem grote plantenbakken) die de weg versperren. Deze obstakels moeten er ‘subtiel’ voor zorgen dat men niet gemakkelijk met de auto van Detroit naar Grosse Pointe Park kan komen en andersom. De oorsprong hiervan lijkt te liggen in de rassenrellen van 1967 tussen de zwarte en witte bevolking van Detroit, die ervoor heeft gezorgd dat vandaag de dag Detroit uit een compleet zwarte bevolking en Grosse Point Park uit een compleet witte bevolking bestaat. Vóór de rellen was er al lange tijd sprake van een strijd tussen zwart en wit, maar de haast strikte verdeeldheid is pas na de rellen ontstaan.

– “Ik zie een soort muur”

– “Nou… een heg is een betere benaming”

Mensen uit Grosse Point Park:

– “Als je geen reden hebt er te zijn, vraag je om problemen”

– “Ik houd afstand, ik kan ze gewoon niet vertrouwen”

Menno (interviewer):

– “Niemand laat hier in Grosse Point Park het achterste van zijn tong zien, wanneer ik vragen stel over de strikte scheiding”

– “De strikte scheiding is in de hoofden van de bewoners gaan zitten”

Opvallend is hier niet de fysieke, maar met name de ‘mentale’ muur. Tussen de plantenbakken zou men makkelijk door kunnen lopen, en toch is de scheiding zo strikt dat vrijwel alle geïnterviewden van beide kanten er niet over denken zich aan de ‘andere’ kant te begeven. En zo is er de mentale én fysieke scheiding tussen zwart en wit.

Een duidelijk en sterk symbolisch voorbeeld hoe zo’n mentale muur werkt. Die ‘mentale muur’ doet denken aan fenomenen in een stad als New York – maar ook Amsterdam – waar tussen mensen met verschillende (sub)culturele- en etnische achtergronden zich vaak onzichtbare scheidslijnen aftekenen. Soms lijken die door elkaar te lopen, waardoor ze voor een buitenstaander minder zichtbaar zijn. Het moment waarop je door een onbekende stad loopt en net een andere afslag neemt, waardoor je je opeens in een compleet andere omgeving bevindt. Misschien zelfs een waarin je als buitenstaander veel minder gewenst bent.

Een vraag die ik mijzelf ben gaan stellen tijdens dit onderzoek is hoe deze mentale en fysieke muren zich tot elkaar verhouden. Een fysieke muur communiceert dan ook iets. Aan welke kant van de muur men ook staat, die zal verschillende ideeën oproepen. Waar de een denkt aan de Chinese Muur, denkt de ander aan het pas gemetselde muurtje dat de klussende vader of oom in de tuin heeft neergezet zodat de buren niet te veel mee kunnen gluren.

Een algemene omschrijving van een muur in het ‘Van Dale Pocketwoordenboek’ (4e ed. 2006) is; 1 gemetselde stenen wand: stuiten op een ~ van een onbegrip volstrekt geen begrip voor iets vinden; eten uit de ~ uit een automatiek in een muur 2 binnenzijde van een kamermuur; wand: foto’s aan de ~ 3 (voetbal) rijtje verdedigers, opgesteld bij een vrije trap.

Een andere omschrijving is: Een muur (bouwsel) is een verticale constructie die dient als afscheiding tussen twee ruimten.

Het begrip ‘muur’ in het dagelijks leven lijkt dus betrekking te hebben op een wand die ruimtes afbakent of verdeelt. In wezen geven ze een ruimtelijke vorm aan ons leven en delen ze ons leven in. De ruimtes en daarbij behorende muren definiëren en communiceren waar wij ons wel en niet moeten of kunnen begeven. Interessant is hier om naar het verschil te kijken tussen Japanse en Nederlandse muren. Nederlandse muren zijn vaak dik, stevig, geïsoleerd, van cement en vast. Japanse (traditionele) muren daarentegen zijn vaak dun, licht, gehorig en verschuifbaar. De kenmerken van deze twee soorten muren zijn natuurlijk niet willekeurig aangezien ze door mensen gemaakt zijn.   

“The relationship between man and the cultural dimension is one in which both man and his environment participate in molding each other. Man is now in the position of actually creating the total world in which he lives, what the ethologists refer to as his biotope. In creating this world he is actually determining what kind of an organism he will be.”

De muren om ons heen hebben in meerdere opzichten effect op ons. In Nederland is het gebruikelijk dat onze huizen bestaan uit dikke dichte isolerende vaststaande muren, die ervoor zorgen dat we zo min mogelijk zien of horen van onze buren. De muren communiceren dat ze daar staan en niet van plan zijn snel te verdwijnen. De rol van het klimaat is natuurlijk ook van belang, maar blijkt een kleiner aandeel te hebben in de oorsprong van muren dan men vaak denkt. Een muur beschermt o.a. tegen de kou in Nederland, maar in Japan evengoed. De muren in Japan, die dun en licht zijn, zijn echter haast het tegenovergestelde van de Nederlandse muren met name door het verschil in cultuur. Nederland is meer gericht op het individu en privacy en Japan meer op de samenleving (Hall 134, 157).

Nederland is in ruimtelijk opzicht opgebouwd uit zware vaststaande structuren die ons duidelijk aanwijzen waar we heen moeten en hoe we ons voort moeten bewegen. Een open appartement of studio waarin men in dezelfde ruimte kookt en slaapt is anders dan een huis waar de keuken en slaapkamer gescheiden zijn. Fysiek gezien stuurt zo’n indeling de mens, en is deze bepalend voor hoe de mens de dingen ervaart.

Muren vormen een scheiding tussen ons eigen huis en die van onze buren. In feiten bakenen de muren iets af en communiceren ze door en voor de mens waar een territorium begint of ophoudt. Zoals in het dierenrijk territoria op verschillende manieren worden afgebakend, zijn in deze tijd gebouwde muren een van de bekendste vormen om onze persoonlijke ruimtes te begrenzen. Ze laten zien waar een persoonlijke ruimte zich bevindt en die dus niet bedoeld is om door een ‘ander’ te betreden. De soort muur (dikte, structuur etc.) communiceert in hoeverre de ander niet welkom is en op welke manier (zie Japan vs. Nederland). Deze fysieke vorm is ook bepalend voor sociale relaties tussen mensen onderling. Van de kantoren, supermarkten, winkelcentra tot aan onze woonwijken en woningen. De fysieke structuren om ons heen weerspiegelen zich in ons denken. Het begrip ‘referentiekader’ verwijst hiernaar. Ons denken wordt gevormd door kaders en patronen. Die muren en structuren zijn ook stevig in ons brein geprent. Bijvoorbeeld wanneer men aan een vaas denkt ziet men een vaas in zijn hoofd als een soort denkplaatje van binnen. Zo is het ook met muren. Omdat we deze (zeker in het stadse leven) zoveel om ons heen zien, krijgen ze een vaste plek in ons denken.

Onze omgeving vormt ons (en andersom ook, Hall 6) en ‘De Muur’ laat zien hoe muren een sterke aanwezigheid zijn in de wereld. Daarbij heeft de mens zijn denkend brein steeds verder ontwikkeld en kunnen we niet anders dan aannemen dat muren onze gedachtes vormen en afbakenen. Een zowel fysieke als mentale grens voor de mens als individu.

Natuurlijk worden die muren door de mens zelf gebouwd. Maar ik ben van mening dat we ons vaak niet lijken te beseffen wat de gevolgen kunnen zijn in het creëren van onze ruimtes, en hoe het ons kan beperken. Hall benadrukt niet voor niets dat wij in het creëren van onze omgeving bepalen wie we zullen zijn. In andere woorden, het heeft een diep effect op ons bestaan. Zo zien we dat terug in de strikte scheiding tussen het zwarte Detroit en witte Grosse Pointe Park. Zo’n scheiding vormt de mens in zijn denken en doen en kan ons uiteindelijk beperken. Men kan niet meer om de strikte scheiding heen denken en vervalt in (ironisch gezegd) zwart-wit denken.

The Exterminating Angel

Een speelfilm die ook ‘mentale muren’ aankaart is de Spaanse surrealistische film ‘The Exterminating Angel’ uit 1962 van Luis Buñuel. De film gaat over een groep rijke Spaanse vrienden die bijeenkomt voor een diner en feest – waarna ze vreemd genoeg allen het pand niet lijken te kunnen verlaten. Gedurende de film lijken de gasten vast te zitten tussen de muren van het huis, en niemand weet precies waarom. De meeste gasten lijken langzamerhand gek te worden en laten hun ware aard zien.

In latere interviews heeft Buñuel (die bekend stond om zijn kritische politieke films) nooit expliciet uitgelegd waar zijn film en de details erin precies voor symbool stonden, vandaar dat er veel speculaties op internet te vinden zijn. Maar duidelijk is wel dat de regisseur in deze film een sterk voorbeeld geeft van hoe ‘mentale muren’ kunnen werken en in stand worden gehouden.

Nadat alle gasten na onduidelijk oponthoud de nacht in een van de kamers hebben doorgebracht, worden zij wakker en staan zij opnieuw op het punt te vertrekken, waarna zij besluiten dat het toch geen kwaad kan nog een kop koffie of thee te drinken. Hun vertrek lijkt op steeds dramatischere wijze onmogelijk te worden, tot zelfs politie en militairen worden ingeschakeld om de gasten uit het huis te redden. Maar ook zij kunnen het huis om raadselachtige redenen niet betreden. De deuren zijn niet op slot, en toch loopt niemand door de voordeur. Noch naar binnen, noch naar buiten.

Aan het eind van de film komen we erachter dat het idee vast te zitten zich alleen afspeelde in hun hoofden; er was niets fysieks dat hun daadwerkelijk tegenhield. Een vreemde en komische scène waarin dit duidelijk wordt, is wanneer een van de gasten erachter komt dat zij precies zó in de kamer staan als op het eerste moment dat zij wilden vertrekken (en niemand nog dacht dat ze vast zaten) en zij die eerste momenten naspelen. Nadat iedereen inziet dat dit hun redding is, verlaten ze  daadwerkelijk het pand – gewoon door de voordeur.

De uitspraak van Menno Bentveld ‘Muren die eenmaal staan worden zelden afgebroken’ lijkt dezelfde gedachte te vertolken als de film van Luis Buñuel. Beide laten zien hoe sterk mentale muren kunnen zijn, zowel in maatschappelijk als in individueel opzicht. Werkelijke muren en mentale muren houden elkaar in stand, ook al zijn die vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden.‘De Muur’ laat zo’n vaste fysieke muur zien, en ‘The Exterminating Angel’ de schijn van die fysieke muur. Samen houden de gasten het idee van de muur in stand.

Het idee of gevoel opgesloten te zitten tussen steeds nauwer lijkende muren is niet voor niets een grote inspiratiebron voor thrillers en horrorfilms. Een van de meest universele angsten is nog steeds dat we ons bevinden op een plek of in een situatie waar we niet uit komen, of die nou mentaal of fysiek is.

In een opiniestuk op de website van de ‘New York Times’ betoogt de filosoof Costica Bradatan dat muren niet per se beschermen tegen het gevaar van de buitenwereld, maar ons eerder beschermen tegen de angsten voor de buitenwereld en ons een gevoel van veiligheid moeten geven.

Bradatan beweert dat er niet zozeer een fysieke muur wordt gebouwd, als wel een state of mind.

Toen ik Bradatans artikel las liet het me inzien dat muren niet altijd om praktische redenen worden neergezet, maar ook om gevoelsmatige redenen. Om onze angstgevoelens af te bakenen en te begrenzen. Ik ben van mening dat het beschermen van een ‘persoonlijke’ ruimte van belang kan zijn. Maar zodra we ‘muren’ bouwen om onze mogelijk irreële angsten te temmen, maken we wellicht een fout. ‘De Muur’ is een goed voorbeeld in mijn ogen, aangezien die laat zien hoe zo’n muur meer angst kan creëren omdat er een vervreemdend effect ontstaat door de strikte scheiding van de twee kanten.

Een tegenstrijdig inzicht is dat we enerzijds onze persoonlijke ruimtes nodig hebben (zie Hall: oriëntatie en overzicht) maar dat anderzijds Detroit ons toont dat het afbakenen ons ook kan beperken in ons denken en doen. Men kan niet meer om de rassenscheiding heen denken en beperkt hierdoor de mentale en fysieke bewegingsruimte van zichzelf en de ander. We denken dat wanneer men ergens een muur neerzet, deze vaststaat en niet meer in staat is te verdwijnen of te veranderen. En zo werkt dit door in de mentaliteit. Men hoopt problemen met ‘de ander’ erdoor op te lossen, en onzekerheid te vervangen voor zekerheid.

Conclusie

De wereld bestaat uit een veelheid aan ruimtes waarin de mens zich bevindt en voortbeweegt. De verschillende manieren waarop deze ruimtes zich tot de mens verhouden en vice versa laten ‘The Hidden Dimension’, ’De Regels van Matthijs’, ‘De Muur’ en ‘The Exterminating Angel’ zien. Waar Matthijs de noodzaak van een persoonlijke ruimte op individueel niveau illustreert, toont de onzichtbare muur tussen Detroit en Grosse Pointe Park hoe persoonlijke ruimtes in relatie tot elkaar staan en zich uiten op maatschappelijk en sociaal niveau. Luis Buñuel laat op zijn beurt in ‘The Exterminating Angel’ zien hoe onze psyche doorwerkt in onze perceptie op ruimte en ons daarmee kan beperken. Precies die onzichtbare grens demonstreert hoe fysieke en mentale grenzen direct met elkaar verbonden zijn en elkaar in stand houden.

Een ander essentieel element van persoonlijke ruimte dat ter sprake kwam, is ‘oriëntatie’. De mens is continu bezig zich te oriënteren in de ruimtes waar hij zich bevindt. Ieder bedenkt zich, vaak onbewust, continu waar hij is geweest, waar hij op dat moment is en waar hij naartoe gaat. Dit zodat men kan reageren op het verleden, heden en op de toekomst, beslissende factoren zowel in fysieke als in mentale zin.

Tot slot van deze conclusie heb ik een persoonlijk voorbeeld. Vaak wanneer ik kijk naar tv-programma’s als DNA Onbekend en Spoorloos, waarin mensen op zoek gaan naar hun biologische oorsprong, doet het me denken aan mijn eigen jeugd. Toen ik op een leeftijd kwam dat ik me bewust werd dat iedereen een vader had (of die nou wel in beeld was of niet) begon ik met vragen stellen. Ik heb mijn moeder gek gemaakt met het vragen naar wie mijn vader was. Ik had na een jaar ongeveer alle mannen uit onze kennissenkring opgenoemd. Op een dag vroeg ik of mijn opa mijn vader was, wat mijn moeder deed besluiten: mijn kind moet weten wie haar vader is.

Op de uitzonderingen na, willen mensen uiteindelijk altijd weten waar ze vandaan komen, durf ik uit ervaring te zeggen. Om te weten wie we zijn willen we weten waar we vandaan komen. Zo kunnen we erachter komen waar we naartoe willen. Het is de mentale oriëntatie die we nodig hebben.

Persoonlijke ruimtes helpen ons bij die mentale en fysieke oriëntatie en zijn een essentieel onderdeel van ons dagelijks leven.

Ik ben gaan inzien dat wanneer ik om me heen kijk (op straat, in mijn huis of vriendenkring) ik overal de afbakening van persoonlijke ruimtes kan lezen. Ons dagelijks leven is ingedeeld in ruimtes die ons dingen zeggen en die ons sturen. In diezelfde ruimtes wordt ons mentale bewustzijn gevormd, dat op zijn beurt wordt beïnvloed door de vorm van deze ruimtes. Ik ben van mening dat bewustzijn hiervan cruciaal is. Want wanneer we ons bewust zijn van de impact die onze gecreëerde omgevingen op ons hebben, kunnen we ook bewustere keuzes maken in hoe we ons leven willen leiden en welke rol we daarin willen hebben.

Ik durf te beweren dat veel confrontaties met de ‘ander’ neerkomen op het gevoel wel of geen controle hebben over deze ruimte. Verschillende invloeden die ik heb genoemd, dragen bij aan hoe wij dit op individueel of maatschappelijk niveau ervaren.

Het essentieel belang van die persoonlijke ruimte is, zoals ik al zei om ons te oriënteren in het leven en onze plek erin te weten, om te weten wie we zijn. Om ons het gevoel te geven dat we veilig zijn en zo onze angsten te temmen. Angsten voor de ‘ander’ die zich soms pal aan de andere kant van de muur bevindt. Of deze angsten altijd reëel zijn valt denk ik te betwijfelen. Desondanks worden onze gecreëerde ruimtes erdoor gevormd en gestructureerd. Ze zijn de drijfveer om een fysieke of mentale muur te creëren, die wanneer hij eenmaal staat moeilijk is af te breken.

Misschien gebruiken we die muren om ons het overzicht te geven dat we blijkbaar nodig hebben. Om ons leven te kunnen inrichten en een indeling te geven. Om de controle te hebben. Een leven met zo min mogelijk angsten en zo veel mogelijk zekerheid.    

Bronnen

  • Hall, Edward T. ‘The Hidden Dimension’.1e ed. Bantam Doubleday Dell Publishing Group Inc. 1966.

– ‘De regels van Matthijs’. Marc Schmidt. Filmfreak, Cinema Delicatessen, 2012. Documentaire.

– ‘De Muur’. Menno Bentveld. VARA, 2014. TV-programma.

– ‘The Exterminating Angel’. Luis Buñuel. Producciones Gustavo Alatriste, 1962. Film.

  • Bradatan, Costica. ‘Scaling the ‘Wall in the head’ , New York Times, The Stone (blog). Arthur Ochs Sulzberger Inc, 27-11-2011. Web.
Close Menu